
Berichten geplaatst onder 'Octrooi'
22-12-2009

Regelmatig krijgen wij vragen over hoe een idee te beschermen. Dit is een moeilijke zaak, omdat ideeën in principe namelijk geen wettelijke bescherming van welke aard dan ook genieten. Het is dus toegestaan om zo’n idee of concept af te kijken van de concurrent, of van iemand die het u vertelt in de hoop dat u hem of haar daar geld voor gaat geven. Een uitgewerkt idee kan beschermd zijn, maar daar zitten vele valkuilen aan. Vastleggen van zo’n idee is in ieder geval maar beperkt nuttig.
Veel mensen denken dat als je je idee maar vastlegt je bescherming geniet. Dat is onjuist. Of een idee nu vastgelegd is bij bijvoorbeeld Belastingdienst, notaris of commerciële dienst als CCProof, of dat u het alleen zelf in de kast heeft liggen, de bescherming is precies hetzelfde. Het enige wat zo’n vastlegging u oplevert, is een bewijs dat het werk op die datum bestond. En dat is niet hetzelfde als dat het idee van u is (u kunt andermans idee laten vastleggen immers) laat staan dat een ander het idee niet mag namaken.
Een andere standaardopmerking is dat een uitgewerkt idee wel beschermd is. Dat is op zich waar, maar het hangt af van wat er precies wordt verstaan onder “uitwerken”.
Zo zou een concept voor een televisieprogramma of webdienst kunnen worden uitgewerkt tot een draaiboek of tot compleet werkende software. Die uitwerkingen zijn auteursrechtelijk beschermd. Een ander mag het draaiboek dan niet gebruiken om zijn eigen programma te maken, of stukken uit die software overnemen voor zijn webdienst.
Echter, dit is wel heel wat meer dan alleen een half A4′tje met daarop een paar alinea’s van wat uw idee zou moeten zijn. Dat is geen draaiboek, en bovendien bevat het waarschijnlijk geen creatieve eigen inbreng maar alleen een weergave van het idee zelf. Daarmee is zo’n beschrijving niet beschermd, zoals uit dit voorbeeld van een idee voor een paardrijspel blijkt.
Een idee voor een nieuw apparaat of technische verbetering zou octrooieerbaar kunnen zijn. Het moet dan wel gaan om een verbetering die het apparaat in kwestie technisch beter laat functioneren (sneller, efficiënter, accurater, etcetera).
De allerbelangrijkste vraag is echter hoe wat u wilt gaan doen met het idee. Oftewel, hoe wilt u met het idee geld gaan verdienen? De ervaring is dat bedrijven niet happig zijn om ideeën te kopen als er verder niets is. Een bedrijf opkopen, een product of een technologie aanschaffen wil nog wel, maar voor een enkel idee is weinig markt. Of u moet het voor een grijpstuiver willen prijsgeven.
Wie dus “zijn idee wil beschermen”, zal van een koude kermis thuiskomen. Uitwerken en deponeren kan nut hebben, maar alleen als uit uw businessplan blijkt waarom. Want daar gaat het om: wat is uw plan, hoe gaat het geld binnenkomen en waar is daarbij juridische bescherming nodig.
24-10-2009

Vorige week schreef ik over de vraag wanneer het zinvol is om een octrooi aan te vragen op uw (software-)innovatie. Kort gezegd komt dat erop neer dat u alleen octrooi moet aanvragen als dat past binnen uw octrooistrategie. Maar welke strategie kunt u nu het beste kiezen?
Een octrooi is een recht om anderen aan te kunnen klagen als die dezelfde uitvinding commercieel toepassen. Ook kunt u er van afzien om anderen aan te klagen in ruil voor een tegenprestatie, bijvoorbeeld geld (licenties) of juist een licentie onder het octrooi van de concurrent. De keuze is aan u, en die keuze bepaalt op aan de hand van de strategie die het beste bij uw bedrijf en markt past.
De klassieke strategie is die van exclusiviteit. Hierbij zet u een product in de markt dat gedekt wordt door het octrooi. U maakt daarbij duidelijk dat namaak niet wordt getolereerd. Naast een octrooi is het dan handig om ook merkbescherming (of modelbescherming) aan te vragen, om zo de concurrentie op zo veel mogelijk manieren de pas af te snijden.
Een vereiste bij deze strategie is wel dat u de concurrent ook daadwerkelijk juridisch blokkeert als zij toch namaak of imitaties op de markt brengt. Dit kan de nodige kosten met zich meebrengen. Plus, u moet er dan zeker van zijn dat uw octrooi(en) elke aanval zullen overleven. Laat dus extra goed onderzoeken of uw uitvinding echt nieuw en inventief is.
U kunt ook kiezen voor een actieve licentiestrategie. Daarbij zoekt u bedrijven die interesse hebben in uw uitvinding, en bereid zijn u te betalen voor toegang daartoe. Deze strategie werkt het beste als u naast het octrooi ook nog extra kennis (know-how) te delen heeft. Met een octrooi alleen verkoopt u in feite alleen toestemming, de koper moet nog steeds zelf bedenken hoe hij de uitvinding nu praktisch toepast. Dat is vaak niet erg interessant.
De kosten zijn bij deze strategie vaak lager, omdat (bij een reële prijs) een bedrijf niet snel het risico wil nemen om inbreuk te maken. Maar uw klanten kunnen op zeker moment wel eisen dat u een derde aanpakt die toch inbreuk pleegt. Immers, zij betalen netjes en dan is het oneerlijk als hun concurrenten dat niet hoeven.
Een variant hierop is een standaardisatiestrategie. Hierbij maakt u de technologie openbaar beschikbaar, gekoppeld aan een octrooi/kennislicentie die tegen een vast bedrag (of zelfs gratis) beschikbaar is voor iedereen. De prijsstelling moet dan zo zijn dat een bedrijf liever deze licentie afneemt dan zelf een alternatief te ontwikkelen. Daarmee wordt uw technologie steeds populairder.
Het bekendste voorbeeld is Compact Disc van Philips en Sony, maar ook Bluetooth en USB werden wereldstandaarden op deze manier. Voor een klein bedrijf klinkt dit misschien als fantasie, maar besef dat ook bedrijven als Dolby klein zijn begonnen.
Een alternatief is een passieve licentiestrategie. Daarbij verkoopt u zelf producten (of software) en zit de octrooilicentie ‘verstopt’ in het verkoopcontract. Bij software wordt dan de normale licentie uitgebreid: niet alleen krijgt men licentie onder het auteursrecht (copyright) maar nu ook onder het octrooi.
Deze strategie heeft als groot voordeel dat u in Nederland de inkomsten uit de verkoop van het product vaak kunt toeschrijven aan het octrooi. Dat levert fiscale voordelen op, omdat u dan deze inkomsten in de gunstige Octrooibox mag opvoeren.
Nog passiever is de defensieve portfolio. Daarbij probeert u zo veel mogelijk octrooien te verzamelen (door zelf aan te vragen of door te kopen) om zo een ‘wapen’ in handen te hebben als uw concurrent u aanklaagt voor inbreuk. U zoekt dan snel in uw portfolio naar een octrooi waar de concurrent inbreuk op maakt, en dient daarmee een tegenclaim in.
Deze strategie is duur en wordt tegenwoordig niet vaak meer toegepast. Ook grote bedrijven zoals Philips, IBM of Nokia stappen vaak van deze strategie af. Als u een octrooi heeft waar de concurrent inbreuk op maakt, waarom dan wachten tot hij u aanklaagt? En als niemand inbreuk maakt, waarom heeft u dat octrooi dan nog?
Voor startende bedrijven is een octrooi een investering in investering: door een octrooi (of zelfs maar een aanvraag) op hun nieuwe product of dienst laten zij aan investeerders zien dat zij innovatief bezig zijn. Hiermee kan de investeerder (vaak een durfkapitalist) worden overgehaald een groter bedrag te steken in het bedrijf.
Ook voor starters interessant: de uitstelstrategie. Dit komt erop neer dat u een octrooiaanvraag indient waarin zo veel mogelijk aspecten van uw uitvinding in staan. U beperkt zich daarbij vooralsnog niet tot één uitvinding. De behandeling van deze aanvraag wordt vervolgens zo lang mogelijk gerekt, zodat u maximaal de tijd krijgt om te bepalen welk aspecten of uitvindingen nu werkelijk waardevol zijn. Een starter weet bijvoorbeeld pas na 2 jaar of zij exclusiviteit of toch liever een licentiestrategie wil volgen. En uitstel tot 2 à 2.5 jaar is zeker mogelijk.
Nadeel van deze strategie is dat ze in het begin wat duurder is (er moet immers meer in de aanvraag gezet worden, wat dus meer uren kost) en dat ook op de lange termijn u meer kwijt bent dan bij een gerichte octrooiaanvraag.
Alles bij elkaar zijn er dus vele mogelijkheden om profijt te halen uit uw octrooi. Laat u daarom altijd goed adviseren over de haalbaarheid. Maar hoe dan ook: zorg ervoor dat u weet welke strategie u wenst voordat u een octrooi laat aanvragen.
Wilt u uw kansen en mogelijkheden bespreken, maak dan een afspraak met ICTRecht-partner Arnoud Engelfriet. Hij is Nederlands en Europees octrooigemachtigde, en heeft derhalve wettelijke geheimhouding omtrent uitvindingen die u aan hem mededeelt.
14-10-2009

Is mijn software octrooieerbaar? Met die vraag worstelen veel internetondernemers. En met goede redenen: het octrooieren van software is een lastige en dure kwestie. Niet alleen zijn er wettelijke grenzen aan softwareoctrooien, maar ook de praktische beperkingen leveren de nodige problemen op. De belangrijkste vraag is dan ook altijd: wat wilt u met het octrooi, hoe past dit in uw bedrijfsstrategie?
Eerst de juridische kant: kan octrooi op software? Dat hangt af van wat de software precies ‘oplevert’ in termen van technologische innovatie. Octrooi kan eigenlijk alleen als de software de computer zelf beter laat werken. Denk aan device drivers, audio/video spelen of opnemen of communicatiesoftware. Een handig vergrootglasje voor kleine teksten is alleen handig voor de gebruiker, de computer zelf merkt daar niets van. Software waarmee je sneller een harde schijf doorzoekt weer wel, omdat dat raakt aan de hardware.
Ook moet de software nieuw en innovatief zijn. Software die alleen bestaande concepten of technieken opnieuw implementeert, of die een bestaand concept prettiger bruikbaar maakt, is om die reden niet te octrooieren. Ook als de software al op de markt is, is octrooi niet meer mogelijk. Het maakt daarbij niet uit of de broncode geheim is gehouden.
Een belangrijke praktische kwestie betreft de kosten. Een Nederlands octrooi opstellen en indienen kan gauw 5000 euro kosten, inclusief kosten voor het opstellen door een octrooigemachtigde zoals ICTRecht-partner Arnoud Engelfriet. De exacte prijs hangt af van het soort uitvinding en de complexiteit daarvan. Het traject van indiening duurt in principe 2 à 3 maanden, en u hebt dan zo’n jaar tot achttien maanden later een Nederlands octrooi. Wilt u in heel Europa bescherming dan kan dat snel meer dan het dubbele worden. Bovendien moet u dan na verlening het octrooi laten vertalen, en dat is een flinke kostenpost.
De belangrijkste vraag is echter altijd of octrooi wel zinvol is. Waarom wilt u een octrooi? Het staat mooi aan de muur, dat zeker, maar er zijn goedkopere leveranciers van wandversiering. Een octrooi is een juridisch recht om iemand aan te mogen klagen, of om licentiegeld te vragen, maar u moet dan wel bereid en in staat zijn om dat ook echt te doen.
Daarbij speelt onder andere mee hoe ’sterk’ de uitvinding is. Wilt u exclusiviteit, dan moet het octrooi onaantastbaar zijn want de concurrent zal dan gegarandeerd proberen het onderuit te krijgen. Kiest u voor licenties, dan is een smetje minder erg: de kosten voor de licentie zijn vaak lager dan een rechtszaak, dus de kans op een rechtszaak is daarmee kleiner.
Besef goed: uw concurrenten zullen uw uitvinding namaken, ook als deze geoctrooieerd is. Alleen u kunt daartegen optreden, de politie of overheid zal u hier niet bij helpen. En in hoeverre het octrooi u hierbij kan helpen, hangt heel erg af van wat de uitvinding precies is – en hoe uw bedrijfsmodel eruit ziet.
U moet dus eerst een strategie formuleren waar u het octrooi voor wilt inzetten. Zo kunt u ervoor kiezen om exclusiviteit juridisch af te dwingen. U gaat dan uw concurrenten aanklagen omdat ze uw uitvinding namaken. Een andere optie is juist licenties verkopen, zodat iedereen uw uitvinding gaat gebruiken en u daarvan profiteert. Dat kan bij een communicatiesysteem erg handig zijn, als uw visie is dat het protocol de wereldstandaard zou moeten worden. Ook kunt u uw octrooi gebruiken als wisselgeld: als concurrenten u dwarszitten met octrooien, kunt u ze aanbieden dat ze een licentie onder dit octrooi krijgen mits ze ophouden u lastig te vallen met hun octrooi.
Daarnaast moet u rekening houden met uw kansen bij een octrooirechtszaak. Een nieuw algoritme voor internetzoekmachines is wel octrooieerbaar, maar is het niet slimmer dit geheim te houden? De concurrent kan immers bij de zoekmachine niet zien hoe het algoritme werkt, maar kan dat wel lezen in het octrooi. En omgekeerd: u kunt dan weer niet bewijzen dat de concurrent uw algoritme gebruikt. Daarom is zo’n algoritme misschien beter geheim te houden.
Er kunnen ook andere redenen zijn: startende bedrijven willen vaak een octrooi omdat hun investeerders daarom vragen. Of men wil een nieuw software-product onder licentie uitbrengen. Met een octrooi op dat product is het dan vaak mogelijk om de inkomsten bij de belastingaangifte in de octrooibox onder te brengen. In deze gevallen is een Nederlands octrooi vaak een prima oplossing.
De beslissing om een octrooi aan te vragen moet dus altijd logischerwijs passen in uw ondernemingsplan. Hoe wilt u met uw bedrijf en met uw innovatie geld verdienen, en op welk moment heeft u daar bescherming voor nodig? En kunt u die bescherming krijgen via een octrooi?
Wilt u uw kansen en mogelijkheden bespreken, maak dan een afspraak met ICTRecht-partner Arnoud Engelfriet. Hij is Nederlands en Europees octrooigemachtigde, en heeft derhalve wettelijke geheimhouding omtrent uitvindingen die u aan hem mededeelt.
15-06-2009

Wie een goed idee heeft, heeft vaak partners nodig om dit tot ontwikkeling te brengen. Maar daarbij is altijd de kans aanwezig dat een partner zelf met het idee of concept aan de haal gaat. Daarom gebruiken veel ontwikkelaars, uitvinders en andere creatievelingen een geheimhoudingsovereenkomst of NDA (non-disclosure agreement) waarin de ontvanger van het idee belooft dit geheim te houden. Sta je daarmee nu sterk?
Een NDA is een contract, en moet dus door de wederpartij worden aanvaard voordat het gelding heeft. Alleen maar een stempel “geheim” op een document zetten heeft niet zo veel waarde. Het beste is dus de wederpartij vooraf schriftelijk akkoord te laten gaan met de geheimhoudingsplicht. Het kan ook op andere manieren, zoals per e-mail of MSN, maar dat kan leiden tot bewijsproblemen.
In de NDA moet duidelijk worden vastgelegd welke informatie nu geheim gehouden moet worden. Dat is lastig: als de informatie al te duidelijk wordt omschreven, wordt daarmee het idee feitelijk al onthuld. Maar staat er te weinig, dan weet de ontvanger niet waarvoor hij tekent. Vrijwel al het werk aan een geheimhoudingsovereenkomst gaat dus zitten in het formuleren van deze definitie. Overigens kan het in deze situatie zin hebben om het idee te registreren of deponeren bij de Belastingdienst of het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom.
Ontvangers bedingen vaak een aantal beperkingen op de geheimhoudingsplicht. Daarmee wil deze voorkomen dat informatie die hij allang had, ineens onder de geheimhoudingsovereenkomst valt. Bij grote bedrijven kan het goed voorkomen dat zij een idee allang hadden bedacht (en wellicht terzijde gelegd). Het kan niet zo zijn dat het dan door een NDA met een derde ineens geheim moet blijven.
Kortom, aan het opstellen van een goede NDA zitten veel haken en ogen. Wees dus zeer voorzichtig met een standaardtekst zoals die op veel websites te vinden zijn. Hoewel 90% van de tekst uit een geheimhoudingsovereenkomst inderdaad puur standaard is, zit het venijn hem in die 10%. Want met een verkeerde omschrijving of al te ruime beperking op de geheimhouding is uw NDA niets waard.
26-10-2006

Op 26 oktober 2006 heeft het Gerechtshof ’s-Gravenhage Nutricia voorlopig in het ongelijk gesteld. Het gerechtshof deed uitspraak in het hoger beroep van een kort geding dat Nutricia tegen Kruidvat had aangespannen over babyvoeding, in het bijzonder de door Kruidvat op de markt gebrachte flesvoeding.
Nutricia vorderde – naast een inbreukverbod – onder meer veroordeling van Kruidvat om haar voorraden inbreukmakende babyvoeding te vernietigen. Nutricia baseerde zich daarbij op haar Europese octrooi. Dat octrooi heeft betrekking op oplosbare koolhydraatmengsels die in het maag-darm kanaal onverteerd blijven en niet geresorbeerd bij de dikke darm aankomen en op die wijze een gunstige werking op darmflora hebben. Het gerechtshof oordeelde evenwel dat er een gerede kans bestaat dat het octrooi in de bodemprocedure geheel of gedeeltelijk zal worden vernietigd en dat het door de kamer van beroep van het Europees Octrooibureau te München, waar thans een procedure aanhangig is, geheel of gedeeltelijk zal worden herroepen. Die beslissing uit München is over enige tijd te verwachten.
Onder die omstandigheden dient naar het oordeel van het gerechtshof een gerechtelijk verbod aan Kruidvat om inbreuk te maken op het octrooi voorlopig achterwege te blijven.
Uitspraak: Gerechtshof ’s-Gravenhage LJN-nummer AZ1000
Bron: Gerechtshof ’s-Gravenhage
20-10-2006

De Rijksministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Van Gennip van Economische Zaken ingestemd met een aantal wijzigingen van de Rijksoctrooiwet 1995. De wijzigingen geven het midden- en kleinbedrijf meer rechtszekerheid en vergroten het bewustzijn van de voordelen van octrooien. De aanpassingen volgen op een evaluatie van het functioneren van de wet en zijn een uitwerking van de beleidsvisie Octrooibeleid en MKB die in juni 2006 naar de Tweede Kamer is gestuurd.
Â
Uit de evaluatie blijkt dat het huidige systeem voor Nederlandse octrooien een waardevolle aanvulling is op het Europese systeem, maar dat een aantal aanpassingen nodig zijn. Het betreft:
- het 6-jarig octrooi wordt afgeschaft, waardoor alleen een rijksoctrooi van maximaal 20 jaar overblijft;
- het wordt mogelijk een Engelstalige octrooiaanvraag in te dienen (met conclusies in het Nederlands) waardoor de vertaalkosten laag of nihil blijven;
- de instandhoudingstaksen worden vanaf 3 jaar na indiening geheven, een jaar eerder dan nu het geval is (dat dwingt octrooihouders eerder de afweging te maken of zij hun octrooi in stand willen houden);Â
- het Octrooicentrum Nederland krijgt bredere adviesmogelijkheden zodat het advies kan worden verbeterd.Â
De ministerraad heeft ermee ingestemd dat het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State zal worden gezonden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden pas openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.
Bron: Ministerie van Economische Zaken